Zaterdag, 28 oktober... We staan op met het plan om uitgeslapen, maar vooral vroeg te vertrekken richting Hintertux, Oostenrijk, een tripje van 9 à 10 uur met de wagen. Toeval en/of vroegtijdige vakantieluiheid gooien echter roet in het eten: de koffers zijn nog niet gepakt, er moeten nog snowboard boots opgepikt worden, R. moet nog naar de kapper voor een last minute mise-en-plis, een goed vierde van de kleerkast moet nog gewassen/gedroogd/gevouwen worden en eigenlijk willen we ook nog een hap eten voor vertrek... Kortom: het wordt nét iets later dan gepland. Uhum.
Onze katachtige monsters hebben we gelukkig al bij M. gedropt op vrijdagavond, compleet met kattenuitzet. Het verzusteringsproces verliep ietwat moeizaam en vijandig met ontblote tanden en gescherpte klauwen, maar M. had er het volste vertrouwen in en wenste ons een fijne vakantie toe. Slik.
Re-rewind...
Zaterdag, 28 oktober, vroege namiddag... R. en L. zijn ‘en route’ naar Hintertux.
Het belooft een woeste en wilde rit te worden met 007 allures: wegversperringen, wegenwerken, regen, wind, nog meer wegenwerken, achtervolging door twee personen van niet nader te noemen allochtone afkomst (we trachten politiek correct te blijven), sightseeing in Duitsland tegen 220/h, tankstations met dubieuze op- en afritten... woehoew!
We overwinnen nog enkele donkere bergbochtjes en komen rond half twaalf ’s avonds aan op bestemming. Ons hotel is een schoolvoorbeeld van Oostenrijkse Gemütlichkeit met houtsnijwerk, bloembakjes, sfeervolle verlichting, grenen meubels... en niet te vergeten: receptionistes in traditionele klederdracht. Grijns.
Op zondag ben ik niet meer te houden en wil ik per se de kabelliften uitproberen en mijn hoogtevrees de baas blijven! Het is nog vroeg op het seizoen en de enige pistes die toegankelijk zijn, beginnen op de gletsjer. Nogmaals... slik. Eens aangekomen op de gletsjer, blijkt het verschrikkelijk hard te waaien, regenen en sneeuwen, er is zeer beperkt tot geen zicht. En eigenlijk is er – buiten ons – geen enkele gek die zich met dit weer op de piste waagt. R. is niet helemaal voorzien op dit teisterweer en zijn wangen verkleuren van roos, over rood naar lichtblauw. Bij paars trekken we aan de alarmbel en besluiten we om terug naar beneden te gaan.
Maandag is het schitterend weer: geen wolkje aan de lucht, zonnig en niet te koud! We klimmen opnieuw naar het topje van de gletsjer en nu zie ik pas hoe diep de (rode, tussen haakjes) afdalingspiste is. We zitten tenslotte op plusminus 3200 m hoogte. Ik ben ervan overtuigd dat we gisteren op een andere gletsjer stonden, maar R. blijft lachen en ik trek m’n muts wat verder over m’n oren. Nah.
Ik sta klaar in mijn Michelin-outfit, goed ingepakt, met muts, bril en sjaal. R. probeert me de basisbeginselen van het ‘ik-sta-op-ski’s-en-nu?’ proces uit te leggen op het min of meer platte stuk bovenaan de piste. Maar ik ben een slechte luisteraar en wil één en ander zelf uitproberen. R. daalt een piste af en ik doe mijn best om bochtjes te maken.
De dagen daarop zijn gevuld met vallen, opstaan en oefenen. R. heeft een engelengeduld (waarvoor mijn grote dank, ik weet dat ik een lastpak ben ;-). Op de gletsjer verloopt de algemene communicatie als volgt:
-
R. doet een bocht voor. L. tracht de bocht na te doen. Bochten naar links lukken vrij goed, bochten naar rechts daarentegen zijn een motorische uitdaging. R. roept ‘druk op rechts, RECHTS, den andere rechts!’ en L. is ervan overtuigd dat ze met haar volle gewicht op rechts leunt. Echt!
-
R. raadt ten stelligste aan om naar het dal te leunen, maar L. met hoogtevrees besluit dat het misschien toch veiliger is om naar de berg te leunen.
Eigenlijk geweldig leuk... inclusief valpartijen waarbij je met je ski’s een aantal tuimelingen maakt om vervolgens enkele meters verder volledig gedesoriënteerd op je buik verder te glijden :-).
Ik vond de vakantie absoluut geslaagd, alleen moeten we volgende keer – bij voorkeur – plannen in een periode met meer sneeuw, ook en vooral op de lagere pistes, voor de lastpakken onder ons ;-).
On to the next voyage!